Spelen is belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Openbare speelplekken en speeltuinen moeten uitdagende speelaanleidingen bieden voor kinderen van alle leeftijden. Maar een speelvoorziening moet natuurlijk wel veilig zijn.
Welke ouder herkent niet de angstige gevoelens: 'Kan ik mijn kind nu alleen laten op dit toestel? Kan mijn kind al zonder te vallen naar boven klimmen? Is de speeltuin waar mijn kind naar toe gaat wel veilig?'
En u als gemeente, speeltuinvereniging, kinderdagverblijf of andere instelling die speeltoestellen beheert, wilt natuurlijk ook dat kinderen veilig kunnen spelen. Hier leest U waarom er een 'Besluit Veiligheid van attractie- en speeltoestellen' is gemaakt, wat in deze wet geregeld wordt, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe u als gemeente of speeltuinbestuur deze verantwoordelijkheden kunt nakomen.
Waarom een wet?
Jaarlijks worden 22.500 jeugdigen door een arts behandeld als gevolg van een ongeval in een
speelgelegenheid. In 1993 is er een onderzoek gedaan naar de veiligheid van speeltoestellen, één op de drie speeltoestellen bleek onveilig te zijn. Deze cijfers zijn voor de overheid aanleiding geweest een wet te maken met als doel het aantal ongevallen met 25% te verminderen. Waarom geen 100% zult u zich afvragen. Aan de wet kleeft echter ook een nadeel: strikte naleving van de wet kan ten koste gaan van de creativiteit. Een uitdaging voor ontwerpers!
Spelen zonder risico bestaat niet
Niemand kan garanderen dat speelvoorzieningen voor 100% veilig zijn. Kinderen zoeken nu eenmaal naar uitdagingen, zij verkennen en verleggen hun grenzen, zij zoeken het avontuur. Dat brengt spanning en daarbij zijn altijd factoren aanwezig die een risico van letsel in zich dragen. Zonder die spanning verliest het spel zijn aantrekkelijkheid. Kinderen moeten met dergelijke risicofactoren leren omgaan, het is een deel van het spel. Het risico moet echter binnen aanvaardbare grenzen blijven en het moet duidelijk zijn voor kinderen. Zij moeten er niet onverwachts mee geconfronteerd worden, bijvoorbeeld doordat de ophanging van een schommel loszit en het schommelende kind met schommelzitje en al valt.
Wat regelt de wet?
Het 'Besluit Veiligheid van attractie- en speeltoestellen' is de wet die sinds 27 maart 1997 de veiligheid van speeltoestellen regelt. Artikel 4 van de wet geeft aan dat een toestel veilig moet zijn: ‘Een speeltoestel is zodanig ontworpen en vervaardigd, heeft zodanige eigenschappen en is van zodanige opschriften voorzien, dat het bij gebruik overeenkomstig zijn bestemming of bij redelijkerwijs te verwachten gebruik, geen gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid van personen, wanneer het op passende wijze is geïnstalleerd en onderhouden.’
De wet formuleert niet duidelijk wanneer een toestel veilig is, maar geeft wel een aantal richtlijnen. Bij het ontwerpen, vervaardigen en plaatsen van toestellen moet rekening worden gehouden met diverse aspecten:
· De ondergrond van het toestel moet voldoende veerkrachtig zijn of valdempende eigenschappen bezitten. De valhoogte is bepalend voor de mate van veerkracht en valdemping.
· Speeltoestellen moeten veilig geplaatst worden. Rondom het toestel dient een veiligheidszone van 1.50 meter in acht te worden genomen. Dit betekent dat zich in de veiligheidszone geen obstakels mogen bevinden.
Sinds december 1998 zijn er ook Europese normen vastgesteld. Deze normen geven exacte maten aan.
Wie is verantwoordelijk?
Volgens de wet moet de beheerder van de speeltoestellen ervoor zorgen dat de speeltoestellen veilig zijn. De gemeente beheert openbare speelplekken, in andere gevallen is de speeltuinorganisatie, de buurtvereniging, het kinderdagverblijf of de school verantwoordelijk. De wet verplicht de beheerder van speeltoestellen om:
1. De toestellen veilig te (laten) plaatsen en te (laten) onderhouden.
2. Reeds in gebruik zijnde toestellen te (laten) inspecteren.
3. Een logboek op te stellen, bij te houden en te bewaren.
1. Toestellen plaatsen en onderhouden
Het is van belang bij het ontwerpen van de speeltuin al rekening te houden met een veilige opstelling van de speeltoestellen. Er moet bijvoorbeeld 1.50 meter obstakelvrije ruimte rondom het toestel zijn en een metalen glijgoot mag niet op het zuiden worden geplaatst omdat de goot dan te warm kan worden. De speeltoestellen moeten regelmatig onderhouden worden. Het verdient aanbeveling om de onderhoudsvoorschriften van de fabrikant op te volgen.
2. Inspecties, keuringen en controles
Hoe weet een beheerder of een toestel veilig is? De wet verplicht fabrikanten van speeltoestellen om elk nieuw toestel eerst te laten keuren voordat het verkocht mag worden. De wetgever heeft daarvoor een aantal keuringsinstanties aangewezen (zie 'nadere informatie'). Indien u als beheerder een toestel aanschaft moet u er op letten dat het toestel 'gecertificeerd' is, dat wil zeggen dat het toestel goedgekeurd is. De leverancier dient bij levering van het toestel ook technische informatie over het toestel en onderhoudsvoorschriften te verstrekken. Na plaatsing moet de beheerder het toestel een keer per jaar laten inspecteren op veiligheid en gebreken. Daarnaast is een maandelijkse visuele inspectie van de toestellen door de beheerder noodzakelijk en een wekelijkse inspectie van het hele terrein. Iedereen die kennis heeft van veiligheidseisen kan speeltoestellen inspecteren. In de wet is de Inspectie Gezondheidsbescherming (IGB) aangewezen om de eiligheid van speeltoestellen te controleren en zonodig speeltoestellen onbespeelbaar te verklaren. Het IGB controleert door het hele land en heeft de bevoegdheid om toestellen af te keuren en de beheerder te verplichten het toestel te verwijderen of aan te passen aan de veiligheidseisen.
3. Logboeken
De wet verplicht de beheerder om van elk toestel een logboek aan te leggen en bij te houden. In dit logboek moeten alle gegevens van het toestel vermeld worden zoals de naam van de fabrikant, het bouwjaar, serie- en typeaanduiding. Ook moeten inspecties, onderhoudswerkzaamheden aan het toestel en de uitvoerder hiervan in het logboek worden bijgehouden. Eventuele ongevallen worden ook in het logboek geregistreerd. Indien een ambtenaar van het IGB uw speeltoestellen komt controleren bent u verplicht om desgevraagd van elk toestel een logboek te laten zien.
Verzekeringen
Natuurlijk doet u er als beheerder van een speeltuin of speelplek alles aan om een speelplek uitdagend en toch veilig te maken. Desondanks kunnen er ongelukjes gebeuren. Spelen zonder risico's bestaat immers niet. Het is daarom belangrijk dat u een goede aansprakelijkheidsverzekering afsluit.
Een voorbeeld van risicoaansprakelijkheid is: een schommel waarvan de ketting het begeeft waardoor een kind (letsel)schade oploopt. Het is van groot belang dat een aansprakelijkheidsverzekering voldoende dekking geeft. Een verzekerd bedrag van 2,5 miljoen per gebeurtenis is aan te bevelen. Het afsluiten van een goede verzekering ontslaat u niet van de verplichting te zorgen voor de veiligheid van speeltoestellen en het bijhouden van logboeken. Naar verwachting zullen de verzekeraars dit namelijk als voorwaarden opnemen bij het afsluiten van een verzekering.